Nieuws / 8 maart '20 / ROOD Nijmegen

Filmavond met ROOD Nijmegen

Nijmegen – Afgelopen woensdag organiseerde ROOD Nijmegen een filmavond met als thema het verzet van de communisten tegen de nazibezetting van Frankrijk. De film, getiteld L’armée du crime, is gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de Armeense dichter Missak Manouchian, die een communistische verzetsgroep leidde in Frankrijk, bestaande uit immigranten en joden. Na de film was er ruimte voor een borrel en een discussie over de film.

Naar aanleiding van de discussie over de film bleek dat ook in Nederland de rol van links in het verzet is onderbelicht. Communisten en socialisten hadden tijdens De Tweede Wereldoorlog namelijk een belangrijke rol. In Nederland organiseerde de Communistische Partij Nederland (CPN) bijvoorbeeld een algemene staking in februari 1941 tegen de antisemitische maatregelen van de nazi bezetter, deze staking werd later bekend als de Februaristaking. Hierom, en vanwege de inherente tegenstellingen tussen communisme en fascisme, werden communisten door de nazi’s keihard vervolgd en gedeporteerd, samen met alle anderen die de nazi’s ‘ongewenst’ vonden: Joden, LHBT’ers, zigeuners, gehandicapten en andere politieke tegenstanders.

Zowel voor, tijdens als na de oorlog moesten veel communistische organisaties vrijwel volledig in het geheim opereren. Al voor de oorlog mochten ambtenaren geen lid zijn van de CPN. Tijdens de jaren 30 werkten de Nederlands inlichtingendienst samen met de Gestapo tegen het ‘communistisch gevaar’. Na 1933, toen Hitler aan de macht kwam in Duitsland, liepen gevluchte Duitse communisten het risico om door de Nederlandse overheid uitgeleverd te worden aan de Gestapo. Opgepakte communisten kwamen in concentratiekampen terecht, waar zij gemarkeerd werden met een rode driehoek.

Na De Tweede Wereldoorlog bleef de belangrijke rol van communisten in het verzet onderbelicht, dit was een direct gevolg van de opgelopen spanningen tijdens de Koude Oorlog. Tijdens de Koude Oorlog werden communisten in het Westen gezien als ‘binnenlandse vijanden’. Communisten werden geweerd uit verenigingen voor ex-politieke gevangen. Daarnaast werd het feit dat 1 op de 5 communisten betrokken was in het Nederlands verzet verzwegen (ter vergelijking: onder de rest van de bevolking was dit slechts 1%). Herdenkingen van communistische verzetshelden, zoals Hannie Schaft (Het Meisje met het Rode Haar), waren verboden. In 1951 zette de overheid zelfs politie en leger, inclusief vier pantserwagens, in om deze jaarlijkse herdenking te voorkomen.

Pas veel later kwam er meer informatie naar buiten over communisten in het verzet. Ook het verbod op de jaarlijkse herdenkingen werd opgeheven en Hannie Schaft kreeg een standbeeld in het Kenaupark in Haarlem, getiteld ‘Vrouw in het verzet’. In 2018 had het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek een expositie over het communistisch verzet ten tijde van De Tweede Wereldoorlog.

Het is belangrijk dat we als socialisten leren van onze geschiedenis. Door met een kritische blik te kijken naar het verleden kunnen we onze huidige acties en strategieën verbeteren.