Blog / 12 november '18 / Landelijk

Lisa de Leeuw

'Tijd voor een alternatief'

Speech van ROOD-voorzitter Lisa de Leeuw tijdens de Algemene Ledenvergadering van 11-11-2018.

Een tijdje terug werd bekend dat dertigers van nu het als eerste generatie sinds de Tweede Wereldoorlog slechter hebben dan hun ouders. En voor de twintigers en tieners van nu, voor ons dus, ziet het er nog minder rooskleurig uit. Het zijn drie essentiële bouwstenen – waar wij onze toekomst op moeten bouwen – die steeds verder onder ons vandaan worden geslagen: goed en toegankelijk onderwijs, zeker werk en een goed en betaalbaar huis.

Om te beginnen met goed en toegankelijk onderwijs. Ik heb best lang over mijn studie gedaan; 7 jaar. Daarnaast was ik natuurlijk actief voor ROOD. En daar stak ik veel tijd in. Ik vond mijn studie leuk, maar bij ROOD heb ik dingen geleerd die ik nooit zou leren op mijn opleiding. En om me in te kunnen zetten voor een betere wereld, naast met mijn neus in de boeken te zitten, moest ik mezelf in de schulden steken. En diep ook. Ik heb een schuld van 38.000 euro. En ik denk dat veel jongeren zich erin herkennen dat ik een hele tijd niet durfde in te loggen op DUO. En dat ik buikpijn krijg als ik aan mijn studieschuld denk.

Toch voerden GroenLinks, D66, de PvdA en de VVD het schuldenstelsel in. Want studeren is volgens de liberalen een investering in jezelf en jongeren moeten zo snel mogelijk klaargestoomd worden voor de arbeidsmarkt. Een hele generatie studeert af gebukt onder een enorme studieschuld waar ze nog 35 jaar lang aan vast zullen zitten. 35 Jaar. Dat is ongeveer je hele werkende leven. En de totale studieschuldenberg in Nederland is opgelopen tot bijna 21 miljard euro. Het gevolg? Eén op de vier studenten loopt rond met burn-out klachten. En juist de kinderen van ouders die zelf niet hebben gestudeerd, kiezen er eerder voor om ook niet te gaan studeren. En hiermee maken ze het ultieme doel van ons onderwijs helemaal kapot. Ons onderwijs is geen emancipatiemachine meer, maar een reproductiemachine van bestaande ongelijkheid.

Dan de arbeidsmarkt. Als je aan het werk gaat, heb je waarschijnlijk een onzeker flexcontract. Nederland is namelijk kampioen flexwerk. Nergens in Europa groeit het aantal flexibele contracten zo snel als in ons land. De afgelopen 10 jaar zijn er een half miljoen vaste banen ‘verdwenen’. Het is volledig doorgeslagen. En jongeren hebben het meest te maken met onzekere contracten. Zij verdienen per jaar gemiddeld vijfduizend euro minder dan jongeren met een vast contract. En flexibel werk wordt geframed als vrijheid. Maar wij weten dondersgoed dat vierentwintig uur per dag klaarstaan voor je baas, niks met vrijheid te maken heeft. Wij weten dat niet weten of je straks nog werk hebt, niks met vrijheid te maken heeft.

Wij weten dat niet weten of je aan het eind van de maand je huur kunt betalen, of eten kunt kopen, niks met vrijheid te maken heeft. Wij weten dat een onzeker contract, waardoor je niet meer op durft te komen voor je eigen rechten op de werkvloer, omdat je er anders uitgeflikkerd wordt, niks met vrijheid te maken heeft. Er is vrijheid, maar niet voor ons. De vrijheid is er voor het bedrijfsleven, voor de bazen. Zij schuiven hun risico’s af op ons. Rechten, arbeidsrechten, waar mensen voor zijn gestorven, worden systematisch afgebroken.

En dan als laatste wonen. Jongeren worden uitgebuit door huisjesmelkers en starters kunnen geen kant op. Er is een groot tekort aan betaalbare huurwoningen. Huisjesmelkers vragen absurde huren voor mini-kamers. En steeds meer woningen worden opgekocht door vastgoedcowboys, mega-investeerders zoals Pandjesprins Bernard, waardoor mensen zoals wij geen enkele kans meer hebben op een fatsoenlijk huis. En ook hier worden groepen tegen elkaar uitgespeeld, zodat het kapitaal er met de buit vandoor kan. Want zolang wij scheefwoners of statushouders de schuld geven, blijft de rijke vastgoedbaas de lachende derde. Het echte probleem is de systematische afbraak van volkshuisvesting en de steeds groter groeiende macht van vastgoedbazen. Als we elkaar de schuld geven van het falen van ons economisch systeem, zijn de enige winnaars de rijken en de politici die hun belangen dienen.

En dit alles is geen optelsom van toevalligheden. Het zijn allemaal gevolgen van dezelfde ideologie, van hetzelfde economische systeem. Een systeem dat uitgaat van concurrentie en marktdenken. Met als doel winstmaximalisatie voor aandeelhouders en economische groei. We zien het terug in het rendementsdenken in het onderwijs, bij de concurrentie tussen werkenden op de werkvloer en bij concurrentie op de woningmarkt.

En we zien het op zoveel meer plekken.

We zien het als ziekenhuizen failliet gaan. Als ziekenhuisbestuurders dure medicijnen kopen bij een bedrijf waar ze zelf een financieel belang in hebben. Als patiënten en medewerkers de dupe zijn en in de kou worden gezet.

We zien het aan het feit dat vijf van de zeven grootste wapenbedrijven van de wereld een brievenbus in Amsterdam hebben, waar ze belasting ontwijken. Om hun winst op de bommen die zij verkopen aan Saoedi-Arabië - die vervolgens op Jemen worden gegooid - zo groot mogelijk te maken. Dat er geld wordt verdient aan oorlog.

We zien het aan de steeds groter groeiende ongelijkheid, in de wereld en in ons land. Dat de rijkste één procent van de wereld de helft van al het vermogen in handen heeft. En dat de rijkste één procent van Nederland een derde van al het vermogen in handen heeft. Dat je in de noordelijke volksbuurten van mijn stad Groningen acht jaar eerder doodgaat, dan in het meer welvarende zuiden van de stad.

En terwijl mensen zich in een race naar beneden bevinden, doen politici, directeuren, bazen en aandeelhouders precies wat het economisch systeem van hen verwacht. Zij gaan er met de winst vandoor, wij mogen vechten om de kruimels. Een paar winnaars en heel veel verliezers.

Het is tijd voor een alternatief. We nemen geen genoegen meer met gekleur binnen de lijntjes, maar eisen radicale verandering. Voor een land en een wereld van ons allemaal, en niet van een paar. En daarvoor is een grote sociale strijd nodig, te beginnen met kleine overwinningen, te beginnen met stadsrevoluties. We moeten blijven benoemen waar de tegenstellingen zitten en wie de macht heeft. We moeten blijven bouwen aan een beweging van onderop die die macht bevraagt en uitdaagt. Dat is onze taak en onze plicht als socialisten. We moeten doorgaan met organiseren, we kunnen niet stoppen. Door stil te blijven en niets te doen, staan we het toe. Door hoop te bieden en een vuist te maken, kunnen we winnen. En als we met genoeg zijn, dan kunnen we de samenleving weer opeisen, dan kunnen we bergen verzetten.