rood.sp.nl

Homepage SPROOD

Word lid!

Word lid!

Leon's Linkse

Leon's Linkse: Limbodansen en verkiezingen Leon's Linkse
Volg Leon op Twitter

Zoeken bij ROOD

ROODrunner

Wil je op de hoogte blijven van ROOD nieuws en activiteiten?
Neem dan een abonnement op onze nieuwsbrief ROODrunner!



Blik Opener 3

SP en VNO-NCW op één lijn: master moet toegankelijk blijven

Niemand zal het zijn ontgaan dat er de laatste tijd heel wat speelt in het onderwijs. Zo is er recent een akkoord bereikt over hogere salarissen voor leraren, wordt er druk gediscussieerd over de uitkomsten van de parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem en zullen komend schooljaar de schoolboeken gratis worden.

Door: Adriaan Jurriëns en Jouke de Boer Foto: erdogan ergun/scx.hu

Vooral voor de hogere salarissen is veel geld nodig, dat niet gereserveerd was in de begroting. Minister Bos (PvdA) van Financiën geeft al zijn collega-ministers de opdracht om tegenvallers op te vangen in de eigen begroting, met als gevolg dat minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, elders geld moet vinden. In oktober ontstond grote ophef toen er plannen uitlekten om de basisbeurs af te schaffen. Deze zou in zijn geheel omgezet worden in een lening. In een spoeddebat over de uitgelekte plannen – aangevraagd door de SP en GroenLinks – bleek dat alle partijen in de Kamer, behalve de PvdA, zich uitspraken tegen die plannen. Uiteindelijk bleek een deel van de rekening bij de student te komen, via de collegegeldverhogingen. Maar ook lazen we in de Volkskrant op 1 december 2007 dat volgens de minister van Onderwijs een bachelor van het WO prima is voor de arbeidsmarkt en dat een automatische overstap naar de master niet per se hoeft. “De hoogte van het collegegeld helpt bij die keuze”. Op de vraag wat de minister daarmee bedoelde, bleef het antwoord uit: “Ik kom nog met plannen.” Wat gaat er gebeuren met de master? Hogere collegegelden, geen beurs meer? Het hangt als een zwaard van Damocles boven de studenten en het hoger onderwijs.

BaMa-structuur

Sinds 2002 kent Nederland de Bachelor Master structuur. Dit is het resultaat van een wetsvoorstel voortvloeiend uit de Europese Bologna-verklaring. Het doel is het gelijktrekken van hoger onderwijssystemen in de verschillende Europese landen. In Nederland kan nu een bacheloropleiding gevolgd worden (meestal driejarig), waarna men kan kiezen voor de master (meestal een of twee jaar). Door deze structuur zou het onder andere makkelijker zijn voor studenten om na de bachelor naar een andere universiteit te gaan voor de master. Dat Plasterk wil dat studenten na hun bachelor nadenken over hun verdere opleiding is op zichzelf niet slecht. De manier waarop hij dit lijkt te willen bereiken is dit echter wel. Mocht er een collegegeldverhoging volgen, dan gaat het de student meer kosten. Dat is ook het geval als op de basisbeurs gekort wordt. Zoals met alles, zullen ook hier de economische wetten gaan gelden: bij een hogere prijs zal de vraag dalen. Met andere woorden, er zullen minder studenten kiezen voor een master-opleiding. Door het minder toegankelijk maken van de master kan op den duur een tekort ontstaan aan goed opgeleide mensen, die juist zo nodig zijn voor onze alom geprezen kenniseconomie.

Ook werkgevers tegen

Veel studenten die hun master opleiding hebben afgerond komen terecht bij grote bedrijven. Deze bedrijven, vertegenwoordigd door werkgeversorganisatie VNONCW, zijn niet blij met de uitspraken van Minister Plasterk. Chiel Renique, secretaris onderwijs van VNO-NCW: “Volgens de Bologna-verklaring moet het mogelijk zijn om met een bachelor-diploma de arbeidsmarkt op te kunnen. Er wordt hier echter te weinig rekening gehouden met landen als Nederland, waar we een specifieke scheiding kennen tussen het Hoger Beroeps Onderwijs en het Wetenschappelijk Onderwijs. Mensen met een HBO-diploma zijn opgeleid voor de arbeidsmarkt. De WO-bachelor opleiding is, om het oneerbiedig te zeggen, een halffabrikaat. Het legt de basis voor de master, waarin veel nadrukkelijker dan in de bachelorfase de student zijn onderzoeksvaardigheden ontwikkelt. Mensen die een masteropleiding hebben afgerond zijn onmisbaar voor veel Nederlandse bedrijven. Een land als Nederland kan niet concurreren op lage lonen, we moeten het hebben van kennis en informatie, op alle terreinen, van financieel tot technisch. Als er in de toekomst een grote afname plaatsvindt van het aantal studenten met een masterdiploma zou dit een ramp zijn voor Nederland.”

Voor een groot aantal beroepen wordt in Nederland een specifieke opleiding gevraagd; dat zijn de zogenaamde gereglementeerde beroepen. Voor een deel van deze beroepen is een masteropleiding nodig, zoals architect, jurist (bijvoorbeeld notaris of advocaat) of arts (onder andere huisarts of specialist). Maar we zien natuurlijk ook academici in het onderwijs als eerste graadsdocent. Door een minder toegankelijke master zal het aantal afgestudeerden dalen, met als logisch gevolg een kleiner aantal van bovengenoemde beroepsbeoefenaren. Niet alleen grote bedrijven, maar de hele Nederlandse samenleving zal dit merken, met alle negatieve gevolgen van dien. Een tekort aan rechters, docenten, huisartsen en specialisten is ongeoorloofd, maar ook een tekort aan wetenschappelijke onderzoekers zal er voor zorgen dat Nederland achter gaat lopen in de ontwikkelingen op bijvoorbeeld technologisch gebied.

Voor de SP is het duidelijk: een master hoort bij een academische opleiding en het is dan ook een doembeeld dat een master minder toegankelijk wordt. Ook vindt de SP dat iedereen recht heeft op goed onderwijs, waaronder een masteropleiding. Het kabinet dient ervoor te zorgen dat alle mensen, dus ook die met een minder dikke portemonnee, de kans hebben een masteropleiding te volgen, en zo de toekomst die ze willen na te streven. Dat is bovendien goed voor onze kenniseconomie.

* De BaMa Monitor is een onderzoek naar de invoering van de BaMa in Nederland. De monitor kijkt ook naar de doorstroom vanuit de bachelor naar de master. Volgens de gegevens van 2006 bestaat 40 procent van de totale instroom uit HBO-studenten (na schakelprogramma). Vanuit andere faculteiten of universiteiten stromen beduidend minder studenten in (gemiddeld 11 procent van het totaal). Reden daarvoor is de verandering van de woon- en leefsituatie van studenten bij een overstap naar een andere stad. Maar ook als je aan dezelfde instelling blijft studeren, kunnen de verschillen tussen de faculteiten groot zijn.

* Volgens de Studentenmonitor 2006, een onderzoek naar studeren in Nederland in opdracht van het Ministerie van OCW, wil 5 procent van de universitaire bachelors gaan werken. Voor HBO-bachelors geldt dat voor 48 procent.
* De Bologna-verklaring is een beginselverklaring over het creëren van een Europese ruimte voor hoger onderwijs, ondertekend door 29 Europese Ministers van Onderwijs in Bologna op 19 juni 1999. In het kort komt het er op neer dat:
* de overheid het initiatief moet nemen om de kennismaatschappij bij zoveel mogelijk Europeanen te brengen;
* de mobiliteit in Europa bevorderd wordt (door vergelijkbare BaMadiploma’s, de overdracht van studiepunten, uitwisseling, samenwerking en onafhankelijke kwaliteitscontrole).

Op dit moment zijn via hun regeringen meer dan 1.600 opleidingsinstituten uit 46 landen aangesloten. De Bologna-verklaring is dus niet alleen voorbehouden aan landen van de Europese Unie.

Bron:

www.minocw.nl/documenten/3104a.pdf
www.minocw.nl/documenten/52057a.pdf

terug naar de Blik Opener

Doe effe sociaal

Landelijk nieuws

Bestuursblog

Lokaal nieuws

Discussie bij ROOD

ROOD-agenda

Meer ROOD

Lokaal actief

top