Genetische manipulatie lost de honger in de wereld op, beloven de pr-boys van
Monsanto, Shell, Pharming en de andere chemie- en voedingsconcerns. Wie vraagtekens
zet bij hun mooie verhalen, wordt afgeschilderd als een bange, slecht geïnformeerde
ziel, vergelijkbaar met de negentiende-eeuwer die de komst van de trein verafschuwde.
Toch zijn er sterkere argumenten tegen genetische manipulatie dan van dat Frankensteinvoedsel
zou je wel eens vlekken in je nek kunnen krijgen. Bijvoorbeeld deze: gen-tech
lost het hongerprobleem niet op, maar werkt het juist in de hand.Tientallen
jaren lang waren de Filippijnse suikerrietboeren verzekerd van een – weliswaar
karig – inkomen doordat ze de suiker leverden die frisdrankgiganten als
Coca Cola en Pepsi in hun dranken stoppen. De hele Filippijnse landbouw was
ingesteld op deze monsterorders. Totdat de heren en dames onderzoekers een foefje
ontdekten genaamd glucose-isomerase. Ze ontwikkelden een enzym dat het mogelijk
maakt suiker te halen uit gewassen die van zichzelf nauwelijks suiker bevatten,
zoals aardappelen en maïs. Daardoor was de frisdrankindustrie niet langer
afhankelijk van slechts één gewas, maar kon ze op zoek naar de
goedkoopste grondstoffen. Zoals de maïs, waarvan de Amerikaanse boeren
enorme overschotten produceerden die de fabrikanten voor een prikkie konden
opkopen.
Het gevolg hiervan was wel, dat de Filippijnse rietsuikermarkt als een kaartenhuis
ineenstortte. De prijzen op de wereldmarkt kelderden, plantages werden opgedoekt
en tienduizenden Filippijnse landarbeiders raakten van de ene op de ander dag
hun inkomen kwijt. De suikercrisis veroorzaakte zelfs hongersnoden.
‘De genetische manipulatie-discussie gaat veel te veel over de gevolgen
voor het milieu of de gezondheid,’ vindt landbouwsocioloog Guido Ruivenkamp
van de Landbouwuniversiteit Wageningen, ‘en te weinig over wat ik controle
op afstand noem. De beslissing wat voor zaad en wat voor bestrijdingsmiddelen
de boer gebruikt, komt steeds meer bij de agro-industriële multinationals
te liggen en minder bij de boeren zelf. Die zijn immers door de markt gedwongen
zo goedkoop mogelijk te produceren.’ Volgens Ruivenkamp wordt door biotechnologen
gedaan alsof de nieuwe technologie ‘politiek neutraal’ is. De socioloog
bestrijdt dat: ‘De hele ontwikkeling is eenzijdig gericht op de belangen
van grote, multinationale ondernemingen. Die multinationals zijn er immers bij
gebaat dat hun grondstoffen inwisselbaar worden, zodat zij steeds kunnen kiezen
voor het goedkoopste gewas. Werden boeren in het verleden bij een slechte oogst
ten dele gecompenseerd doordat schaarste leidde tot hogere prijzen, nu leiden
die hogere prijzen onmiddellijk tot overschakeling van de afnemer op een goedkoper
alternatief. Deze inwisselbaarheid van gewassen is een rechtstreeks gevolg van
de biotechnologie en heeft enorme maatschappelijke en politieke consequenties.
Maar een breed maatschappelijk en politiek debat erover is tot op heden niet
gevoerd.’
De gen-tech bedrijven beheersen niet alleen de markt, maar ook het wetenschappelijk
denken over moderne landbouw. ‘Omdat onderzoek zo duur is, zijn alleen
monsterconglomeraten van bedrijven in staat het uit te voeren,’ zegt Karel
Glastra van Loon, schrijver van onder meer Herman, de biografie van een genetische
gemanipuleerde stier en co-auteur van het rapport Wat
moeten we met genetische technologie? van de SP. ‘Multinationals die,
als de wet in het ene land hen niet aanstaat, hun project moeiteloos naar elders
verplaatsen en zich zo aan iedere democratische controle kunnen onttrekken.
We moeten ons afvragen of we het leven in handen willen leggen van een kleine
groep technologen die pretenderen als enigen te weten wat goed is, maar ondertussen
winstmaximalisatie als hoogste doel hebben. Die bedrijven gaan de honger in
de wereld niet oplossen. Dat is niet rendabel. Het kost een fortuin om die gewassen
te ontwikkelen en dat verdien je echt niet terug door de Sahel te eten te geven.
Sterker nog: biotechnologie werkt de honger in de hand. We hebben gezien wat
de schaalvergroting in de reguliere landbouw teweeg heeft gebracht. Het failliet
van de kleine boeren en een totale leegloop van het platteland. Biotechnologie
houdt een nog verregaander schaalvergroting in.’
Biotechnologische bedrijven krijgen steeds meer grip op de landbouw. Maar ze
ondervinden ook verzet. In 1998 staken leden van de Indiaase boerenbeweging
KRRS een proefveld met genetisch gemanipuleerd, zogenaamd bt-katoen in brand.
Ook bestormden boeren een kantoor van Monsanto in de Indiase stad Hyderabad.
De acties richtten zich tegen de Terminator Technology. Die techniek maakt gewassen
onvruchtbaar, zodat boeren van hun oogst geen zaad kunnen achterhouden voor
het volgende seizoen, maar elk jaar nieuw zaad moeten kopen – bij Monsanto.
Eind 1999 liet Monsanto weten haar experimenten met het Terminator-zaad stop
te zetten. Of dit daadwerkelijk gebeurd is, is uiterst schimmig. Delta &
Pine Land Seed Co, mede-eigenaar van het patent op Terminator zegt namelijk
gewoon verder te gaan met de ontwikkeling van steriele zaden. ‘We’ve
continued right on with work on the Technology Protection System [Terminator].
We never really slowed down. We’re on target, moving ahead to commercialize
it. We never really backed off,’ verklaart Harry Collins van Delta &
Pine Land in de Deccan Herald. Saillant detail is dat Delta & Pine Land
in 1998, fuseerde met… Monsanto!
Zo kunnen bedrijven als Monsanto hun slechte imago verbeteren door officieel
het boetekleed aan te trekken, en intussen via een aangekocht bedrijf toch gewoon
verder te gaan met de ontwikkeling van omstreden technieken.
Over wat er met de natuur gebeurt als kunstmatig gewijzigde genen zich verspreiden
in de natuur, is nog nauwelijks iets bekend. Wel is duidelijk dat gemanipuleerde
gewassen zich niets aantrekken van de grens van het perceel waar ze gezaaid
zijn. Vorig jaar daagde Monsanto zestien Canadese boeren voor de rechter omdat
zij illegaal Roundup Ready-koolzaad zouden verbouwen. Detectives van Robinson
Investigation Ltd. hadden dit door Monsanto gepatenteerd genetisch gemodificeerd
koolzaad op hun land aangetroffen. Percy Schmeiser, een van de aangeklaagde
boeren, draaide de rollen om en diende een schadeclaim van tien miljoen dollar
in omdat Monsanto zijn traditionele velden had besmet met transgene zaden. De
zeventigjarige boer verbouwt al veertig jaar koolzaad. ‘Niet te geloven
dat ze dit doen,’ zegt Schmeiser in een documentaire die de RVU destijds
uitzond. ‘Eerst vervuilen ze mijn land en vervolgens willen ze de opbrengst.
Het probleem is dat er veel gewassen met het gemodificeerde gen van Monsanto
in mijn omgeving staan. Het stuifmeel waait gewoon over door de wind. Soms zie
je grote bruine wolken koolzaad afwaaien van de hier rondrijdende vrachtwagens.’
Schmeiser verwijt Monsanto smaad, grote nalatigheid ten aanzien van het milieu,
wederrechtelijk betreden van grond en het nemen van monsters op privé
terrein.
Ook in Nederland komt het voor dat transgene en traditionele gewassen per abuis
op hetzelfde veldje belanden. Vorig jaar verbood het ministerie van VROM de
teelt van genetisch gemanipuleerde aardappelen. Aardappelzetmeelconcern Avebe
had daar toen al op illegale wijze enkele honderden hectaren van gepoot. Het
Openbaar Ministerie zag af van vervolging omdat Avebe de aardappelen uit het
milieu verwijderd had. Op de oude transgene velden schieten nu echter de overgebleven
transgene aardappelen op tussen de nieuw aangeplante niet-transgene aardappelen.
Iets dergelijks zou ook kunnen gebeuren met genetische gemanipuleerde zalm.
Onderzoekers hebben zalmen zo kunnen veranderen dat ze in recordtijd uitgroeien
tot ware reuzenvissen. Commerciële teelt daarvan zal plaatsvinden in fjorden,
met een grote kans op ontsnapping van de onnatuurlijke monsters naar open water,
met alle gevolgen van dien.
SP-rapport:
|